Er was eens... Er was eens een man die Tuur heette. Tuur erfde van zijn ouders een klein maar gezellig boerderijtje, waar zij heel hun leven hard gewerkt hadden. Op een dag trouwde Tuur met Marie. Samen gingen zij op het boerderijtje wonen. Zij moesten keihard werken. Het boerenleven was hard labeur en zeker niet vanzelfsprekend. Het koppel had één belangrijk levensdoel: als onze kinderen het maar beter hebben. Hiervoor moest gewerkt en gezwoegd worden. De kinderen groeiden op tussen het werk op de boerderij. En pa en ma slaagden in hun opzet. De kinderen werden aanvaard op de universiteit. Zoonlief werd advocaat en dochterlief werd dokter. Beide kinderen vestigden zich in de grootstad. Tuur en Marie, zij boerden verder. Het ging de kinderen goed en ze waren gelukkig. Op een dag stierf Marie en Tuur bleef alleen op het landelijk boerderijtje. De kleinkinderen kwamen op vakantie bij opa en kwamen iets heel vreemds te weten. Opa lag 's avonds te praten in zijn bed. De kleintjes vonden dat grappig en vertelden dit aan mama en papa. Deze maakten zich zorgen: Onze pa heeft toch niet teveel last van de eenzaamheid? En Tuur vertelde: Mijn vrouwke en ik hebben altijd het beste voor jullie gewild. We hebben daarvoor altijd keihard moeten werken en hadden dan ook weinig tijd om met elkaar te praten. Onze belangrijkste gesprekken hadden we in bed en dit is nu nog zo. Elke avond praat ik nog met mijn Marie. Zit ik in de problemen, dan is zij er nog. Zij is er nog steeds voor mij, voor altijd en nog veel langer! Is dit niet een stukje verrijzen? Weet dat wij nooit echt alleen zijn! Jezus leeft en Hij is er voor ons! |