V.Z.W. Projecten Broeders van Liefde
Huize Triest - Gemeenschapshuis Tabor
Een thuis voor medemensen
Broeders van Liefde
Gezondheidstraat 2 - B9000 Gent - België

 
www.huizetriest.be

445-3546791-50

 


V.Z.W. Projecten Broeders van Liefde

HUIZE TRIEST - GEMEENSCHAPSHUIS TABOR
een thuis voor medemensen...
een hedendaags signaal om verzuring tegen te gaan...
 

Broeders van Liefde
Gezondheidstraat 2 - B
9000 Gent
0473 75 67 04



Français

Nederlands

English

Vrijwilligerswerk of gratis, belangeloos, voor niets.

Uitgaande van een aantal algemene kenmerken van het vrijwilligerswerk zoeken we naar de inspiratiebron die ons vanuit het Evangelie wordt aangereikt. Wanneer wij het vrijwilligerswerk plaatsen in Huize Triest - Gemeenschapshuis Tabor, dan krijgt onze inspiratie nog een bijzondere kleur doorheen de spiritualiteit van Triest, naar wie het huis werd genoemd. We eindigen met een aantal typische eigenschappen die aanwezig zijn in het huis.

Vrijwilligerswerk als sterk doorleefde solidariteit.

De huidige tijd wordt gekenmerkt door een "voor wat, hoort wat"- mentaliteit. Alles moet betaald worden en het spontaan en gratuit helpen van mekaar wordt niet meer haalbaar.

Maar ook structureel zien we een afbraak van de solidariteit: terwijl België tot voor kort een voorbeeld was van sociale zekerheid, zien we nu steeds meer mensen uit de boot vallen, de zwaksten het eerst. Besparingen in de sociale sector, weliswaar structureel een noodzaak, gebeuren in de zwaktste groepen, bij diegene die het minst kunnen reageren, terwijl bepaalde vormen van luxegeneeskunde welig kunnen tieren. Vrijwilligerswerk kan in deze sfeer een voorbeeldfunctie vervullen door duidelijk te breken met de "voor wat, hoort wat"-mentaliteit en een sterke klemtoon te leggen op de solidariteit.

De inspiratie van vrijwilligerswerk is het evangelie, met Jezus Christus zelf als referentie.

Er zijn vele redenen te geven waarom wij aan vrijwilligerswerk doen, maar het uiteindelijke motief van waaruit wij het doen is de navolging van de Heer Jezus. We leren de Heer Jezus kennen doorheen zijn boodschap in het Evangelie.

De evangelische booschap is ons bekend, maar in functie van ons vrijwilligerswerk kunnen een aantal passages ons zeer dienstbaar zijn omdat daarin de grondhouding wordt aangegeven van waaruit wij moeten leven. Opvallend in het Evangelie is dat er overwegend gesproken wordt over het Koninkrijk en zijn gerechtigheid. Deze gerechtigheid is niet van menselijke aard zoals ons begrip rechtvaardigheid uitdrukt. Het is een gerechtigheid van een totaal andere orde die veel verder reikt en allesomvattend is.

Op de vraag wie Hij is, antwoordt Jezus met een passage uit Jesaja (Jes.61, 1-2): De geest des Heren rust op mij; Hij heeft mij gezalfd. Hij heeft mij gezonden om armen het blijde nieuws te brengen. Om te verbinden wier hart gebroken is, om aan de gevangenen vrijlating te melden, en aan de geboeiden de terugkeer naar het licht; om een genadejaar af te kondigen, om alle treurenden te troosten. Het is deze tekst die Jezus voorleest in de synagoge bij het begin van zijn optreden en waarvan Hij zegt: Het schriftwoord dat gij zojuist gehoord hebt, is thans in vervulling gegaan (Lc.4,21).

Dezelfde themas worden aangegeven in de Zaligsprekingen, en ook naar het einde toe zal Hij in de eschatologische rede (woord over het einde, over de definitieve ontmoeting met de Heer) alle ingrediënten van de hemelse gerechtigheid herhalen ze als criterium van het oordeel aanduiden en als toppunt deze mensenliefde koppelen aan de Godsliefde.

Dan zal de Koning tot die aan zijn rechterhand zeggen: Kom, gezegenden van mijn Vader en ontvang het Rijk dat voor u gereed is vanaf de grondvesting der wereld. Want ik had honger, en gij hebt Mij eten gegeven, Ik had dorst en gij hebt Mij drinken gegeven, Ik was vreemdeling, en gij hebt Mij opgenomen, Ik was naakt, en gij hebt Mij bezocht. Dan zullen de rechtvaardigen Hem antwoorden en zeggen: Heer, wanneer zagen wij U ziek of in de gevangenis en zijn U komen bezoeken? De koning zal hun ten antwoord geven: Voorwaar, Ik zeg u: al wat ge gedaan hebt voor één dezer geringsten van mijn broeders, hebt gij voor Mij gedaan (Mt.25, 34-40). Deze grondhouding van de naastenliefde, gelijkgesteld aan de liefde tot God, wordt door Jezus geradicaliseerd en geldt altijd, overal en voor iedereen.

In de parabel van de barmhartige vader wordt het onlogische ervan aangeduid, in het verhaal van de werkers van het laatste uur het onrechtvaardige en in de parabel van van de barmhartige Samaritaan het onredelijke. Maar voor het Koninkrijk en zijn gerechtigheid is deze naastenliefde allesbehalve onlogisch, onrechtvaardig of onredelijk. Willen we de evangelische gerechtigheid als ideaal vooropstellen, dan zal onze naastenliefde niet anders dan radicaal kunnen zijn. Alleen wanneer onze naastenliefde van hoge kwaliteit is zal ze ons helpen om alle andere bijbedoelingen te overstijgen, zal onze zogenaamde bekommernis uitgezuiverd worden en zullen de sporen van zelfaffirmatie en paternalisme geleidelijk verdwijnen. Pas dan hebben we ook het recht de anderen te helpen.

Dit evangelie krijgt nog speciale kleur via de spiritualiteit van Petrus-Jozef Triest.

Een stichter van een congregatie heeft niet de pretentie het Evangelie te verbeteren, maar probeert wel één of meerdere pericopen heel bijzonder te belichten, in zijn eigen leven en als boodschap aan zijn volgelingen door te geven.

Dat was ook zo bij Petrus-Jozef Triest, die in zijn tijd (begin 19de eeuw) bijzonder getroffen werd door de noodlijdenden, in hen het gelaat van de Heer Jezus ontdekte en zich helemaal inzette om hun lot te verbeteren. Een aantal elementen in zijn leven vallen ons enorm op en kunnen nog steeds inspireren om ook vandaag als christen het Evangelie te beleven.

Het leven van Petrus-Jozef Triest was één gegevenheid.

Heel zijn leven is één getuigenis van geven, zodat hij op zijn sterfbed met reden de Evangelietekst van Lucas 6,38 mocht aanhalen: Geef, en u zal gegeven worden.. Bij Triest was het Evangelie realiteit geworden in de wijze van kijken naar de armen, omgaan met de gewone mens, spreken over de verstotene.

Petrus-Jozef Triest had speciale aandacht voor de minstbedeelden en stond open voor nieuwe noodsituaties.

Als voorbeeld nemen we de situatie van het Gerard Duivelsteen te Gent. Daar verbleven de geesteszieken, zonder enige vorm van menswaardige verzorging. Vanuit zijn verantwoordelijkheid zal Triest reageren en samen met zijn Broeders van Liefde neerdalen in de kelders om deze mensen te verzorgen, om hun de blijde boodschap te brengen dat ook zij kinderen zijn van God en dat zij onze liefde waardig zijn. Dit was een extreme vorm van solidariteit. Hij zal er de boeien breken, deze mensen bevrijden en licht brengen in hun leven. Zonder pretentie kan hij zeggen: De geesteszieken zijn mijn beste vrienden.

We zouden onszelf eens de vraag kunnen stellen wie wij als vriend hebben en uit welke klasse onze vrienden komen en met wie wij graag naar buiten treden. Triest werd aangesproken als pleitbezorger voor het lot van de geesteszieken. Komen ook wij vandaag op voor de zwaksten en de verdrukten? Durven wij voor hen onze nek uitsteken?

Triest zocht en vond medewerkers.

De grote kracht van Triest was eveneens dat hij in zijn evangelische bewogenheid velen betrok en motiveerde om ook deze weg te gaan, ondanks een maatschappelijke omgeving die niet direct in die richting dacht. Het werden de eerste religieuzen die hij in vier congregaties samenbracht, nl. de Zusters van Liefde, de Broeders van Liefde, de Broeders van St.-Jan de Deo en de Zusters Kindsheid Jesu.

Naast deze religieuzen zocht hij ook medewerkers die specifieke opdrachten op zich konden nemen tenvoordele van de armen, en dit naast en in combinatie met het dagelijks werk.

Zo richtte hij de Dochters van de Liefde van de Heilige Geest op, een groep welstellende, godvruchtige juffouwen die zich ertoe verbonden hulp te bieden in arme gezinnen, mee in te staan voor de voorbereiding van de kinderen tot de eerste communie en giften in te zamelen voor de missies. Misschien kan het huidige vrijwilligerswerk ook in die zin beschouwd worden.

Hoe is deze spiritualiteit geformuleerd in de leefregel van de Broeders van Liefde?

In de leefregel van de Broeders van Liefde, In liefde bewogen, staan waardevolle ideeën en visies die ons op weg kunnen zetten om in de voetsporen van Triest te treden en zo heel evangelisch te leven en te werken. Graag schrijf ik enkele nummers neer die ook vrijwilligers kunnen inspireren.

  • Je gelooft in de waarde van elke mens, ook van de meest verlaten, de zwaarst getroffen mens. Hoe vaak ontbreekt hem de vreugde van een nieuwe hoop. Dit scheppen van nieuwe perspectieven, dit aanbieden van verrijzenishoop formuleerde Triest zelf als volgt: Is dat niet hen doen verrijzen uit de schoot van de dood, een zonne scheppen in hun duister leven?
  • De mensen met lege handen, de berooide, de onmachtige, het kind dat bedreigd is, de veronachtzaamde jeugd, zijn een aanklacht tegen de onrechtvaardig verdeelde rijkdom van de aarde. De armoede van je evenmens kan voor jou vruchtbaar zijn. Deze armoede nodigt je uit tot grotere soberheid en eenvoud, tot een bewust worden van je eigen afhankelijkheid. De eerbied voor zijn arm-zijn zet je op weg naar een evangelische armoede en behoedt ons voor zelfgenoegzaamheid.
  • Broeder, Christus bracht je in onze gemeenschap om de armen te dienen. Hij wenst je open en bereid om langs jou zijn rijkdom ook aan anderen te schenken. Met Christus staan we in algehele bereidheid voor de Vader. Hij legt in ons de drang om in eenvoud uit Hem te leven. Hij biedt ons de kans om door armoede een voortdurende bekering van ons hart te bewerken. Arm zijn is toegankelijk zijn voor God. In deze openheid van ons hart kan de Geest Gods bidden.
  • Je tijd, je talenten, je rijkdom van gemoed en je opbeurende goedheid, alles behoort aan hen die deze gaven ontberen. Zo zal hij die verstoken is van liefde, in jou liefde vinden, de zwakbegaafde zal delen in je kennis, de zieke, de gebrekkige zal steun vinden in je gezondheid en in de kracht van je lichaam. Door je eenvoud en bereidheid kan de jeugd je ontmoeten en je onthechting maakt haar gevoelig voor de dienst aan de armen.
  • Als Broeder van Liefde ben je erom bekommerd de waarde van het Evangelie vooral te dienen waar de waardigheid van de mens het meest verduisterd is.
  • Je roeping kleurt je gebed. In de totale gave aan de Vader kan de kracht van de Geest waarmee je bekleed bent doorbreken. Je kijkt naar Christus vanuit je armoede, je geringheid. Zo ga je delen in zijn mildheid, zijn begrip, zijn zorg voor de anderen. Vanuit het Hart van Jezus interesseert je de totale werkelijkheid. Je gebed als Broeder van Liefde krijgt een bijzonder accent. De nood aan bevrijding uit de vertekende wereld breng je voor God. Je bidt met de zorgen van zoveel mensen die in een pijnlijke situatie leven. Dikwijls ook voor hen die met je zijn en niet kunnen bidden. Je gebed en je apostolaat zijn niet te scheiden.

Heel concreet in Huize Triest - Gemeenschapshuis Tabor

Graag formuleer ik nog even een aantal eigenschappen die Huize Triest - Gemeenschapshuis Tabor typeren en de spiritualiteit kleuren

Een huis met een lage drempel.

Huize Triest - Gemeenschapshuis Tabor is een huis met een lage drempel waar eenieder van harte welkom is. Deze lage drempel wordt gevormd door de materiële openheid en door de mentaliteit van de gastheren.

In Huize Triest - Gemeenschapshuis Tabor wordt iedere dag opnieuw kerstmis herbeleefd. We kunnen ons hierbij de vraag stellen of onze houding als vrijwilliger bijdraagt tot deze mentaliteit van openheid: kijken we uit de hoogte neer, willen wij het altijd beter weten en treden we verwijtend op, of aanvaarden we de andere zoals hij of zij is, zonder een oordeel of veroordeling uit te spreken.

Dit aanvaarden van de andere is essentieel binnen de bevestigingsleer die door Dr. Anna Terruwe als volgt wordt geformuleerd: Je mag zijn zoals je bent, met je fouten en gebreken, om te worden zoals je in aanleg bent, maar zoals je je nu nog niet kan tonen, en je mag dat worden in jouw tijd en op jouw wijze.

Een dergelijke houding veronderstelt dat je mensen kansen kunt geven, hetgeen tegelijk de mogelijkheid tot misbruik maken insluit. Maar dit is net zoals in vele andere werken van sociale aard ook in Huize Triest - Gemeenschapshuis Tabor niet te vermijden. En misschien hoeft dat ook niet vermeden te worden.

We zien en benaderen de medemens als een totaliteit.

In Huize Triest - Gemeenschapshuis Tabor wordt meer gegeven dan goedkope maaltijden en wat nieuwe kleding. Veel hangt hier af met welke ogen we naar de medemens kijken en welk mensbeeld wij hanteren. We zien mens, iedere mens, als een totaliteit, als een geheel met een lichaam, een psyche, sociale vaardigheden en een existentiële dimensie waarbij zinvragen aan bod komen. In onze contacten zullen wij aandacht hebben voor alle dimensies en een bijzondere bekommernis aan de dag leggen voor de zingeving in het leven van deze mensen die dikwijls nog weinig zin hebben overgehouden.

We kijken naar de medemens met de ogen van een gelovige.

Onze mensvisie is tevens een christelijke mensvisie, waarbij we eenieder beschouwen als een kind van dezelfde Vader, waar we allemaal broers en zussen zijn. In ieder van de ander proberen we Jezus zelf te herkennen en we vragen de bijstand van de Heilige Geest om zijn vruchten te mogen erven, de vruchten van de goedheid, zachtheid, ingetogenheid, luisterbereidheid, moed en geduld.

Onze omgang met de anderen zal het kwaliteitslabel van de liefde moeten dragen zoals deze in het Evangelie wordt voorgesteld, d.w.z. altijd, overal en voor iedereen. Om het allemaal te kunnen waarmaken en vooral het vol te houden is het nodig regelmatig om genade en kracht te bidden en Gods zegen te vragen over ons werk in Huize Triest - Gemeenschapshuis Tabor. Weerstanden zullen er altijd zijn, in ons en rondom ons. Sommigen zullen beweren dat we sociologisch op het verkeerde spoor zitten en bewust of onbewust de armoede in stand houden.

Wat wordt er verwacht van vrijwilligers in Huize Triest - Gemeenschapshuis Tabor?

  1. "Er zijn" voor mensen. Tijd vrijmaken. Een groot hart hebben voor medemensen in nood. Communicatievaardig.
  2. Discretie (respect voor het toevertrouwde).
  3. Samen zorg dragen voor de horizontale – en de verticale dimensie van ons werk in Huize Triest en het gemeenschapshuis Tabor.
  4. Meedenken rond de verdere uitbouw van onze thuis in Huize Triest en het gemeenschapshuis Tabor. Bijdrage leveren in onze zoektocht naar extra vrijwilligers en fondsen. Aanwezigheid bij ons jaarlijks groot evaluatiemoment.

Nieuw:

Ondersteunen en betrekken van vrijwilligers in veranderingsprocessen - Een onderdeel van het vrijwilligersmanagement in Huize Triest - Gemeenschapshuis Tabor. Door Maaike Laporte.


Werner Van de Weghe.