V.Z.W. Projecten Broeders van Liefde
| ![]() |
|
|||||||||
|
|
Interview met Tertio rond Dossier Roma... Een genuanceerde versie... Verscheen in Tertio op 21 april 2010
Ruzie maken voor brood Het aantal daklozen in onze steden neemt schrikbarend toe. Dat zijn naast jonge Belgen ook veel nieuwe Europeanen, vooral Roma. “Omdat de voedselpunten niet mee zijn geëvolueerd, ontberen zij de meest elementaire voorzieningen,” zucht Werner Van de Weghe van Huize Triest – Gemeenschapshuis Tabor. “In Gent wordt regelmatig ruzie gemaakt voor brood.” Koenraad De Wolf – De Roemeense Roma die recentelijk onder massale belangstelling in de media op het vliegtuig naar Roemenië werden gezet – de stad Gent betaalde naar verluidt hun ticket –, vertoeven al lang weer in de Oost-Vlaamse hoofdstad. “Een week later zaten leden van de familie Preda bij ons opnieuw aan tafel,” vertelt Werner Van De Weghe, de coördinator van Huize Triest – Gemeenschapshuis Tabor, het enige private vluchthuis voor daklozen en vluchtelingen in Gent, een initiatief van de broeders van Liefde. Met lede ogen stelt Van de Weghe vast welk een forum de in Gent verblijvende Roemeense Roma in de media kregen. “Van alles wat werd geschreven in de pers en getoond op televisie klopt veel niet. Dit is pure desinformatie. In Gent verblijft welgeteld één 25-koppige familie Roemeense Roma, terwijl de 99 procent overige Roma uit vooral Oost-Slovakije – ik schat hun aantal tussen drie- en vierduizend – wegkwijnen in miserie. Bovendien telt Gent nog een paar duizend dakloze jonge Belgen: jongens en meisjes tussen achttien en 35 jaar die je overdag ziet rondlopen in de Veldstraat zonder dat je ze herkent, maar die het ritme van onze samenleving niet aankunnen.” De moeilijkheden waarmee daklozen kampen zijn enorm. Zij ontberen elementaire menselijke behoeften. Naast het gebrek van een dak boven hun hoofd, kampen de meesten met een chronisch voedseltekort. In de meeste voedselpunten kunnen zij bij ontstentenis van een vaste verblijfplaats niet terecht. En ook de traditionele voedselpakketten zijn aan hen niet besteed. “Wat kunnen daklozen aanvangen met diepvriesbrood?” vraagt Van de Weghe zich af. “Kunnen zij op straat rijst of spaghetti koken?” Kort voor ons bezoek aan Huize Triest – Gemeenschapshuis Tabor werd ernstig ruzie gemaakt voor een homp brood. “De daklozen hebben grote nood aan hapklare maaltijden, maar dat aanbod bestaat nog niet. Wegens de enorme nood wordt weldra een deel van ons opvangtehuis in de Gezonsdheidstraat in Gent omgebouwd tot een broodjeszaak voor daklozen.” Roma en religie
Samenleven met de Roma is moeilijk. “Dat komt vooral omdat we de cultuur van die rondtrekkende kleine gemeenschappen met een sterke eigen identiteit niet kennen,” zegt antropoloog en ervaringsdeskundige Maurits Eycken die twee jaar bij Roma in Roenenië leefde. Eycken die de religieuze beleving van de Roma bestudeerde, stelt vast dat hun traditie, cultuur en heel eigen vorm van religie de tand des tijd hebben doorstaan.Verder gaan we in dit dossier ook een kijkje nemen in een opvanghuis in Gent en op een kampeerterrein van de Roma in Wilrijk.
De Roma zijn rondtrekkende egalitaire familiale groepen. Essentieel voor hun overlevingsstrategie zijn hun fysieke en psychologische mobiliteit. Werner Van de Weghe van Huize Triest – gemeenschapshuis Tabor: ‘Een warme thuis scheppen voor de zwakste Roma’ Huize Triest – Gemeenschapshuis Tabor in Gent staat in voor de opvang van de zwakste groep binnen de Roma: zij die afkomstig zijn uit Oost-Slowakije. “Het beeld dat Mautits Eycken schetst, geldt vooral voor de Roemeense Roma,” vertelt Werner Van de Weghe, de coördinator van Huize Triest – Gemeenschapshuis Tabor, het enige private vluchthuis voor daklozen en vluchtelingen in Gent dat is ontstaan binnen de schoot van de broeders van Liefde. “Zowat 95 procent van de Roma in Gent zijn afkomstig uit Oost-Slovakije. Er bestaan zeer grote verschillen tussen de verschillende bevolkingsgroepen. Zo kun je de meer assertieve Roemeense Roma in geen enkel opzicht vergelijken met hun ‘volksgenoten’ in het voormalige Tsjecho-Slowakije. Al de beste Roma uit het voormalige Tsjecho-Slowakije wonen vandaag in Tsjechië, terwijl de zwaksten groepen achterbleven in Slowakije. Het gaat hier in ieder opzicht over een zeer zwakke gemeenschap met veel gehandicapten – vooral door de generatielange inteelt – met veel fysieke problemen die veelvuldig voorkomen, zoals hartklachten en astma. Toch kunnen de meesten in ons land onmogelijk werken omdat ze het rite van onze samenleving niet aankunnen. “We willen voor hen een 'warme thuis' te scheppen,” zegt Van de Weghe. “We staan met hen, als signaal tegen de verzuring in de samenleving, hoopvol in het leven.” Op bezoek in het Romakamp in Wilrijk: ‘God staat aan de zijde van de zigeuners’ Religie vormt een wezenlijk bestanddeel in het dagelijkse leven van de Romagemeenschap die een ‘thuis’ heeft op een kampeerterrein in Wilrijk. ‘God staat aan de zijde van de zigeuners,’ vertelt Marika. De meesten behoren tot de evangelisch-protestantse kerk, maar bovenal voelen ze zich christen. In de Antwerpse gemeente Wilrijk wonen op een terrein achter de begraafplaats Schoonselhof zowat honderd zigeuners van de families Modest en Boudin. De levensomstandigheden op de omheinde kampeerplaats die eigendom is van de stad Antwerpen – met minimale voor sanitair en wasgelegenheid – zijn primitief. De Roma die in een ver verleden vanuit Hongarije naar ons land kwamen afgezakt, leven er in caravans – de ene al groter dan de andere. Het krioelt er van de kinderen. Het kindergeld vormt dan ook hun belangrijkste bron van inkomen, naast het geld dat zij verdienen met de verkoop van occasiewagens. Maar de jongste jaren lopen de zaken niet zo goed. De armoede is dan ook wijd verspreid.Het geloof maakt wezenlijk deel uit van hun leefwereld, zo blijkt uit een bezoek in diverse woonwagens met onze gidse Lena Pengel van de katholieke Sint-Egidiusgemeenschap. Zij bezoekt sinds twee jaar wekelijks het kamp en op zaterdag wonen tal van Romakinderen de bijeenkomsten van School van Vrede bij.De meeste Roma in Wilrijk behoren tot de protestants-evangelische kerk. Zij gaan vaak naar de eredienst in een kerk in de buurt en tot voor kort kwam dominee Williams hen met zijn camionnet ophalen. Maar de man naar wie alle Wilrijkse Roma opkijken is de 75-jarige Brusselse Romapriester Jogo – ook de ‘koning van de zigeuners’ genoemd. Iedere donderdag bidden de Roma van de kampplaats in Wilrijk samen in een van de grootste caravans: in het Romanes en in het Frans, en samen zingen zij liederen. In het kamp verblijven twee katholieke vrouwen, waaronder Marika die afkomstig is uit Slowakije. Voor haar is het onderscheid tussen katholiek en protestant weinig relevant: “We zijn toch allemaal christenen, niet?” Haar schoonvader André Modest beaamt dat ten volle: “Als christenen geloven wij in één God.”“Ik bid iedere dag voor mijn kinderen,” vervolgt Marika. “God beschermt ons ook en staat vaan de zijde van de zigeuners. Zo is nog geen enkele zigeuner besmet met aids en mijn gebed werd ook al meermaals verhoord.” Ook Lalo Modest vindt steun in zijn geloof: “We hebben alles wat we nodig hebben dankzij God. Wij praten altijd over God. In mijn familie vonden al vele mirakels plaats en veel van mijn familieleden werden ook door God gered.”
Roma vieren zowel in de eigen gemeenschap als in de kerk: Aanpak evangelische kerk sluit aan bij de basisreligie van de zigeuners Centraal in het wereld- en godsbeeld van de Roma staat de tegenstelling met de niet-Roma die zij als levensbedreigend ervaren. Zij kennen de begrippen goed en kwaad en hanteren interne ethische codes en een eigen rechtspraak. De scharniermomenten van het leven worden gevierd in de eigen gemeenschap en in de kerk. Vooral de aanpak van de evangelische kerk sluit naadloos aan bij de Roma basisreligie. Ondanks hun culturele verscheidenheid koesteren alle Roma-gemeenschappen in Vlaanderen eenzelfde wereld- en godsbeeld. Dat stoelt op de fundamentele tegenstelling tussen God en de duivel, tussen de Roma en de niet-Roma of de ‘gadze’. Oude verhalen die binnen de gemeenschap worden overgeleverd, verklaren die relatie. De mislukte pogingen van de duivel om bedrog te plegen tegenover God leiden tot een gespletenheid in de schepping en de fundamentele tegenstelling tussen Roma en niet-Roma. Om een ‘bezoedeling’ door de gadze te voorkomen – de Roma ervaren hen voortdurend als levensbedreigend – hanteren ze morele codes, waarden en gebruiken die het onderscheid tussen beide groepen bestendigen. De hoeksteen vormt de psychologische mobiliteit: de mogelijkheid om ten allen tijde weg te trekken. Goed en slecht Centraal staat het begrip ‘O Del’ of ‘hij die geeft’. Dat is de bron van het goede, de geborgenheid en de wijsheid binnen de Roma-gemeenschap. Die houdt de groepsharmonie in stand, maar impliceert het naleven van verplichtingen en morele regels alsook het opnemen van verantwoordelijkheid. Ziekte, dood en tegenslag houden geen verband houdt met het naleven van de gedragsregels en vallen derhalve ook buiten de verantwoordelijkheid van het individu of de leefgemeenschap. Ze zijn gewoon inherent aan het leven. Tegenover het goede staat ‘O Beng’ of het slechte en de duivel. Dat symboliseert de wereld van de gadze en het gevaar voor identiteitsverlies en vervreemding. “Toch is ook dat een ambigu gegeven,” zegt antropoloog Maurits Eycken. “Hoewel de Roma de wereld van de gadze mijden, is die levensnoodzakelijk als bron van inkomen, voor het ‘ontlenen’ van goederen waarmee de eigenheid kan worden verwezenlijkt. Die zijn immers noodzakelijk om te overleven. Precies wegens die vervlechting met de wereld van de gadze hanteren de Roma – om blijvend het onderscheid te maken – een aantal drempels en zuiveringsrituelen bij het klaarmaken van het eten, het dragen van kleding en regels rond lichamelijkheid, seksualiteit en geboorte.” De invulling van die regels gebeurt overeenkomstig de concrete levensomstandigheden. De Roma die de voorbije decennia door Vlaanderen trokken, hielden dat ‘onderscheid met de gadze’ soepel, maar expliciet in stand. Daardoor slagen zij er nu in – ook bij snel wijzigende situaties – vrij mobiel te overleven in onze steden, zonder dat zij daaraan kapot gaan. Interne ethische codes De Roma hebben alleen ethische verplichtingen binnen de eigen gemeenschap. Wat in de buitenwereld gebeurt, trekken ze zich niet aan. Daardoor proberen ze voortdurend te ontsnappen aan onze wetgeving, de sociale begeleiding, het onderwijs, de gezondheidszorg en het gerecht. Roma ‘gebruiken’ onze instellingen alleen om te overleven.De gemeenschap houdt de interne morele regels nauwlettend in het oog. En de sociale controle is groot. Zo is het ondenkbaar dat een lid van de gemeenschap op eigen houtje leeft. Overigens wordt iedere gedragswijziging van de leden geëvalueerd, evenals hun manier van samenleven en ook het contact met de gadze. “In het geval van conflicten bestaat een specifieke regeling,” weet Eycken. “Essentieel om te overleven is immers het behoud van de vrede of de ‘pace’. Bij spanningen tussen twee families wordt in eerste instantie geprobeerd de zaak uit te praten. Wanneer geen oplossing wordt bereikt, bemiddelt een ‘puro-rom’: een oude, wijze rom en in laatste instantie de ‘Kris Romani’: een vorm van rechtspraak. Enkele hooggewaardeerde mannen doen een uitspraak over de manier waarop conflicten worden opgelost. Zij treden op als de ultieme bewaker en de bewaarder van de interne vrede en van de bestaande regels.” Dubbele rituelen Bij overgangsmomenten en speciale gebeurtenissen doen de Roma een beroep op de symboliek en de rituelen van de plaatselijk kerkgemeenschap. Bij ons in Vlaanderen was dat lange tijd de katholieke kerk. Maar tot ergernis van sommige bedienaars van de eredienst zijn de Roma erg selectief in hun deelname en hun keuze van de symboliek, waaraan ze zelf nog vaak een persoonlijk tintje geven.De combinatie en het dubbele gebruik, van enerzijds hun eigen overgangs- en feestmomenten met eigen symboliek en anderzijds de symboliek van de plaatselijke kerk, bevestigt eens te meer de dualiteit van het ontleninggedrag van de Roma. Zo verloopt de geboorte van een kind in de Roma-gemeenschap volgens interne regels. Pas daarna volgt een feest dat samenvalt met het doopsel. Op een gelijkaardige manier worden de Roma begraven. Die dualiteit speelt het sterkst bij de ‘vraag van de levenspartner’ en het huwelijksfeest. ‘O marimo’ of de vraag naar de dochter voor de jongen is bindend en verloopt volgens een specifiek patroon. Het huwelijk is alleen een facultatief feest, dat maanden of zelfs een jaar later plaats kan vinden. Katholieke kerk versterkt uitsluitingsmechanisme “De katholieke kerk hield zich doorheen de eeuwen nooit intens bezig met de Roma,” stelt Eycken vast. “Een aantal geëngageerde leken en priesters trok en trekt zich nog altijd het lot van de migranten aan en begeleidde hen bij de overgangsrituelen. Maar de kerk als instituut werd door de Roma altijd als vreemd ervaren en behorend tot de wereld van de gadze. Katholieke pastorale begeleiders – die altijd gadze waren –, hechtten veel belang aan het organiseren van bedevaarten en de Mariaverering, waarin de Roma schijnbaar intens uiting geven aan hun geloof. Maar toen ook de evangelische kerk belangstelling betoonde voor de Roma, viel die Mariaverering, waarvan men dacht de ze diep zat geworteld, bij de ‘bekeerden’ onmiddellijk weg. De katholieke kerk had dan ook nooit veel impact op de levenswijze en overlevingstrategieën van de Roma. Ook vandaag nog vinden Mariabedevaarten plaats, maar hun impact is beperkt. Overigens spreekt de huidige evolutie van de katholieke kerk in Vlaanderen de Roma helemaal niet aan. Die heeft bovendien geen enkele vat op de derde migratiegolf. De katholieke rituelen van voor het Tweede Vaticaans Concilie met hun uiterlijk vertoon, lagen de Roma beter. Vandaag bevestigt de katholieke kerk vooral de bestaande orde van de gadze. De Roma staan niet alleen in een minderheidspositie, maar ook in een lagere maatschappelijke rang, wat het maatschappelijk uitsluitingmechanisme nog versterkt.” Aanpak van evangelische kerk sluit naadloos aan bij Roma basisreligie … Recentelijk kennen in alle landen waar Roma verblijven ook evangelische kerken een grote bloei. De speciaal opgeleide Roma-pastors gaan wekelijks dynamisch voor in de diensten. Daarin uiten de Roma – die gewoon zijn om bij familiale ontmoetingen en feesten in een breedsprakerige stijl het woord te nemen – vrij hun gevoelens van spijt, vreugde en verdriet. Zowel de spiritualiteit van de evangelische kerk, als het gebruik van symbolen, gebeden, zangen en getuigenissen sluit perfect aan bij de levensstijl, de gevoeligheden en de basisreligie van de Romagemeenschappen. Op tal van plaatsen in Europa en de Verenigde Staten vinden een of meerdere keren per jaar groots georganiseerde kerkelijke samenkomsten plaats waar de Roma hun huwelijken, doopsels en andere levenshoogtepunten vieren. De motivatie van veel Roma om daaraan deel te nemen, is vaak niet alleen van godsdienstige aard. Die bijeenkomsten bieden immers ook de mogelijkheid tot het drijven van handel, het leggen van nieuwe contacten, het opnieuw aanknopen van vroegere relaties en … het voorstellen van hun huwbare dochters. Maar ook dat alles integreren de evangelische pastors in die reünies.“De evangelische kerk biedt een identificering, waarbij de gelovigen zich onderscheiden van de wereld van het kwade en die visie sluit perfect aan bij de basisfilosofie van de Roma,” weet antropoloog Eycken. Hoe dan ook houdt de beleving van de godsdienst voor de rondtrekkende Roma geen enkele ethische verplichting in tegenover de wereld van de gadze. Wel integendeel. Die tegenstelling wordt door die samenkomsten en de kerkelijke diensten nog versterkt. Bovendien zwakt bij de sedentaire groepen de evangelische kerk de positie van de vrouw af. Het bestuur van de kerken is volledig in handen van mannen en zij nemen ook de verantwoordelijkheid voor het gezin op zich, waarbij de vrouwen verder terugplooien op hun huishoudelijke taken. Daardoor neemt de rol van de vrouw als verantwoordelijke voor het behoud van tradities af. “Het katholicisme en de evangelische kerk ondersteunen beide het dualisme waarmee de Roma kampen,” stelt Eycken vast. “De katholieke kerk doet dat aan de kant van de gadze, de evangelische kerk doet dat aan de kant van de Roma.” … maar wanneer die te bedreigend wordt, trekken zij opnieuw verderIs de snelle groei van de evangelische Roma-kerken duurzaam? “De Rome blijven onvoorspelbaar,” besluit Eycken. “Uiteindelijk zal die geschiedenis weer uitwijzen hoe de Roma gebruik maken van godsdienst, om hun basisreligie vorm te geven en hun eigenheid in stand te houden. Maar ook nu zullen ze, wanneer die vorm te bedreigend wordt, zich daar opnieuw van ontdoen en ‘verder trekken’: fysiek of symbolisch, maar in elk geval weg van de gadze.”
Commentaar door Koenraad De Wolf Armoedebestrijding op nieuwe leest : ‘Iedere vorm van liefdadigheid die niet stoelt op deskundigheid heeft geen enkele zin. ’ De ‘echte’ armen in onze samenleving zijn de duizenden daklozen die in onze steden ronddolen, waaronder vele Roma. Zij ontberen nagenoeg iedere aangepaste voorziening. De armoedebestrijding moet op een nieuwe leest worden geschoeid, want alleen een deskundige aanpak kan hun noden lenigen. U zag het vorige donderdag in het programma Koppen XL op Eén. Maar sociale werkers ondervinden het iedere dag opnieuw. Zeker in de steden, maar ook in de landelijke gebieden neemt het aantal dak- en thuislozen schrikbarend toe. Maar die harde realiteit hoor of zie je nauwelijks in onze media. Dit past niet in de ‘goed nieuws show’ die de mensen willen horen. Banale fait divers en het wel en wee van onze Bekende Vlamingen (BV’s) lijken veel belangrijker.Hoeveel dak- en thuislozen ons land telt, weet niemand. Maar dat het over grote aantallen gaat, staat buiten kijf. In de stad Gent die zowat 237.000 inwoners telt, schommelt dat tussen twee en drie procent. Naast drie- tot vierduizend Roma uit Oost-Slowakije dolen daar ook een paar duizend jonge thuisloze Belgen rond.De overgrote meerderheid overleeft op straat en in kraakpanden. Want opvangcapaciteit is er nauwelijks. In Gent staan amper 36 bedden ter beschikking van de daklozen. Twintig worden beheerd door de stad en zestien door Huize Triest – gemeenschapshuis Tabor, een privaat initiatief van de broeders van Liefde. De voorbije jaren kwam daar – ondanks de toenemende nood – niet één bed bij.Ons land telt vele armen die een uitkering genieten of een leefloon krijgen van het OCMW. Iedereen weet dat die aan de lage kant liggen en dat je daar geen echt menswaardig leven kunt van leiden. Maar zij bevinden zich alles bij elkaar nog een materieel veel betere positie van de daklozen. Deze laatsten, die vaak nergens staan geregistreerd, zijn de echte armen van onze samenleving. Bovendien is de bestaande sociale dienstverlening – zowel van de publieke diensten, als van de private, vaak christelijk geïnspireerde, initiatieven – sinds vele jaren vastgeroest en verloopt volgens verstarde procédé’s, waardoor die geenszins zijn geënt op de noden van de daklozen. Hoe goed de bedoelingen en hoe groot de inzet van vele vrijwilligers ook is: zij bereiken helaas veeleer een averechts effect. Wat kan een dakloze aanvangen met een diepvriesbrood of een kilo bloem? En welke dakloze kan spaghetti of rijst klaarmaken? Wat moet er gebeuren? De aanpak van de daklozen vereist een specifieke aanpak: zowel door de officiële instanties als de vele vrijwilligersinitiatieven. Centraal daarbij moet de vorming en de opleiding van de medewerkers staat. Zij moeten goed weten met welke complexe doelgroepen ze te maken hebben en op welke manier ze het best worden benaderd. De aanpak van Huize Triest – gemeenschapshuis Tabor is exemplarisch. Ieder jaar gaan de medewerkers op bezoek bij de Roma in Oost-Slowakije om hun gemeenschap beter te leren kennen, teneinde daar lessen uit te trekken voor de aanpak in Gent. De conclusie is even hard als helder: iedere vorm van liefdadigheid die niet stoelt op deskundigheid heeft geen enkele zin. De armoedebestrijding moet zowel vanuit de overheid als vanuit de private initiatieven dan ook op een geheel nieuwe leest worden geschoeid. Alleen goed gevormde en goed opgeleide mensen kunnen een van gistende etterbuilen in onze samenleving efficiënt aanpakken. Een andere uitweg bestaat niet. |
||||||||